Wil je als onderwijsinstelling interprofessioneel werken echt integreren in de curricula van de opleidingen, dan moet je weten wat het inhoudt. Van wie leer je dat beter dan van mensen die dagelijks over de grenzen van hun eigen expertise heenstappen? Om het gat tussen theorie en praktijk te beslechten, reisden 20 docenten, lectoren, medewerkers en onderzoekers uit het domein Gezondheid, Sport en Welzijn af naar Rotterdam. Om samen (interprofessioneel!) te leren van de praktijk.

Vanaf het Dakpark, een groenstrook op het dak van een lange sliert winkels, wijst de gids van vandaag, Peter Kruys, op een grijze loods. Met grote letters staat er Keilewerf 2 op. “Dit hele gebied was tot een paar jaar geleden armoe troef. Er heerste grote werkloosheid onder jongeren, Keilewerf stond bekend om de ‘dames van plezier’. Nu bruist het van de creativiteit. Het is een plek voor ontwikkeling, leren van en met elkaar, een broedplaats waar samenwerkingen ontstaan en innovatieve projecten het levenslicht zien.”

Peter is docent Social Work bij Inholland Rotterdam en kent, vanuit onderzoek voor zijn master, het gebied goed. “Om de wijk te verbeteren en kansarme jongeren meer kans op werk te bieden, is op initiatief van bewoners een innovatietraject gestart. Zij wilden verbinding leggen met jongeren, hen laten leren in de praktijk en ze zo door laten stromen naar een baan. Dit allemaal”, hij wijst met een wijds gebaar van links tot de torens die onlangs officieel tot Lee Towers zijn omgedoopt, “werd een gebied om te experimenteren. Start maar kleine bedrijfjes op. Laat jongeren daar leren. Leer van elkaar. En zorg zo dat werkloze jongeren aan een baan komen.”

De mens om wie het gaat centraal zetten

De eerste stop is de Voedseltuin. Staand te midden van een kleine groene oase wijst Erik – één dag in de week directeur van de voedseltuin, de andere dagen druk met andere werkzaamheden – op een grijs gebouw. “Daar opende jaren geleden de eerste voedselbank van Nederland.” De sociaal werker zag negen jaar geleden het braakliggende terrein naast de loods en kwam op het

idee om groente te verbouwen voor én door de mensen die gebruik maken van de voedselbank. “We hebben een model ontwikkeld en daarbij goed nagedacht voor wie we van waarde willen zijn. Dus de mens om wie het gaat centraal gezet.”

Ondertussen is de voedseltuin een leer- en werktuin. “Hier ben je in de buitenlucht, word je je bewust van gezonde voeding, werk je samen en maak je iets voor een ander. Zo bevorderen wij positieve gezondheid. Eigenlijk zijn we één grote GGD: de Grootste, Gezondste en Duurzaamste instelling”, lacht Erik. Hij is oprecht verbaasd dat sommige studenten Social Work die naar de voedseltuin komen niet snappen wat dit met hun opleiding te maken heeft. “Je ziet ze hun best doen om het te snappen maar het kwartje valt lang niet bij iedereen.” Hij kijkt om zich heen, naar de mensen die het de studenten moeten bijbrengen. “Dat is ook een rol voor jullie. De maatschappij verandert, als docent moet je dat zien en beleven. Ja, in dat opzicht moeten ook jullie aan de bak.”

Van uitkeringstrekker naar schatkistspekker

De wandeltocht gaat verder, de collega’s lopen achter Peter aan richting de Bouwakademie. De stalen roldeur van de loods schuift omhoog en Wilbert – type ruwe bolster, blanke pit – laat de gasten binnen. “Ik heb in de hulpverlening gewerkt maar liep tegen de regelgeving aan. Daarom ben ik hier drie jaar geleden gestart met een bouwplaats, in een van de containers die hier staan.” Samen met een aantal minder-opgeleide mensen creëert hij wat ze maar kunnen maken van restmateriaal. “Wat ik doe, is mensen aan werk helpen en houden. Hier leren ze hoe je iets maakt. Ze werken aan tastbare producten en krijgen, met de ervaring die ze opdoen, een betere kans op de arbeidsmarkt.” Ondertussen heeft hij vijf man vast in dienst, waaronder een maatschappelijk werker en een schuldsaneerder. “Na een jaar stromen de mannen en vrouwen uit, op weg naar een vaste baan ergens anders. Wij begeleiden ze van uitkeringstrekker naar schatkistspekker. Mooi toch?”

Ik, wij, samen

Met rode konen van de buitenlucht en de indrukken strijken de collega’s neer op de negende etage van de Rotterdam Science Tower, sinds kort de Lee Towers genaamd. Na het in groepjes spelen van een interprofessioneel werken spel, dat uitnodigt tot stevige discussies over ethische vraagstukken, is het tijd om te reflecteren. Wat heeft deze middag opgeleverd? Het valt vooral op dat Erik van

de voedseltuin vanuit zichzelf met veel disciplines werkt. “Samenwerken is vaak een wat gedwongen constructie. Het is zaak om spelers te zoeken bij wie dat, net als bij Erik, van nature gaat. Daarbij gaat het om een combinatie van professionele kwaliteiten (professie) en uitgedaagd worden op wat je persoonlijk raakt (passie).” Je openstellen en jouw kennis delen is een voorwaarde voor interprofessioneel werken. “Geven en nemen, daar gaat het om.”

Iemand merkt op dat je vrije geesten, zoals Erik en Wilbert, niet in een hokje moet plaatsen. Je hebt ze nodig om in beweging te komen. Maar hoe doe je dat in het onderwijs? Eerst leer je je studenten in kaders denken, daarna moet je het ze weer afleren… Iedereen is het erover eens dat het bij interprofessioneel werken vanuit het ik naar het wij naar het samen gaat. “Dat leren we onze studenten maar van daaruit moeten wij zelf ook werken.” Daarbij moet je altijd uitgaan van wat de burger nodig heeft. Wederom wordt Erik aangehaald. “Hij is daar heel sterk in. De voedselketen is bedoeld voor iedereen die dat nodig heeft. Dat is interprofessioneel werken in optima forma.”