Suzanne (41, links op de foto) zit op een tafel voor een groep studenten Social Work in Rotterdam. Haar benen bungelen over de rand. Ze kwam er negen jaar geleden achter dat ze FAS heeft. Door haar verhaal te vertellen aan studenten van zorgopleidingen wil ze de bewustwording rondom FAS vergroten. Ze wil het gesprek aangaan, en geen vraag is te gek. Sommige studenten luisteren vooral, dat vindt ze maar niks. ‘Jullie wil ik ook horen’, roept Suzanne plotseling naar twee meisjes achterin. ‘Zeg ook eens wat. Jullie zitten daar zo stil.’

Dan komt het gesprek echt op gang, met steeds meer vragen van de studenten:

‘Kun je werken?’
Suzanne: ‘Ik heb veel baantjes gehad, maar soms stond ik dezelfde dag alweer buiten. Uiteindelijk ben arbeidsongeschikt verklaard. Ik wil best werken, dat is het niet. Het enige baantje waar ik echt van genoten heb, was schoonmaken. Duidelijke taak, oortjes in, muziek aan. Ik leef op muziek. Zodra ik naar buiten ga doe ik mijn oortjes in, zo sluit ik de drukke wereld af.’

‘Helpt een diagnose op latere leeftijd?’
Suzanne: ‘Met de diagnose viel alles op zijn plek. Ik heb eindeloos naar mijn gezicht in de spiegel gestaard. Ik zag het niet, maar ik had het wel. Het verklaart waarom ik niet met geld om kan gaan. Waarom ik nu alweer vergeten ben waar dit college mee begon. Ik begreep erdoor dat ik mensen nodig heb die naast me staan. Voor als ik wankel of uit de bocht schiet, dat ze me dan terugduwen.’

‘Hoe reageerde je moeder?’
Suzanne: ‘Mijn moeder voelde zich zó schuldig toen ik het haar vertelde. Maar ik ben niet boos op haar. Ze was er voor me toen ik verslaafd raakte en niet de moeder kon zijn die ik had willen zijn voor míjn kinderen. Je ziet: FAS werkt generaties door. Voor haar was het een soort tweede kans. Ze drinkt al jaren niet meer. Als ik nu mijn dochter zie die de wereld rondreist ben ik natuurlijk apetrots. En toch ook een klein beetje jaloers.’

‘Wat vind je het moeilijkst?’
Suzanne: ‘Het moeilijkst vind ik dat ik niet gewoon mee kan doen. Dat ik niet echt binnen de maatschappij pas. Ik voel me het meeste thuis bij kinderen, jongeren. Bij mij in de buurt komen kinderen ook altijd naar me toe voor hulp. Zeker kwetsbare kinderen. Ik denk omdat ik ook kwetsbaar ben. Wij begrijpen elkaar.’

Als de studenten de zaal uitlopen, kijkt Suzanne ze na.

‘Dat leventje had ik natuurlijk ook wel willen hebben. In de banken. Maar het moet altijd in mijn tempo, op mijn manier. Nu studeer ik kinderpsychologie vanuit huis. Ik probeer me voor het negatieve af te sluiten. Bij veel jongeren met FAS zie ik vooral frustratie en ontkenning. Dat maakt het veel moeilijker. Aan hen zou ik willen laten zien: het komt wel goed. Ook al heb ik niet alles goed gedaan. Het komt wel goed.’

Bron: https://www.fasproject.nl/wp/zeg-ook-eens-wat/?fbclid=IwAR3OUvUP_zk-s1K7Lub1sj7aOIxqgIDbrizF2QHmrULkLpa2U2GIzOqLpEk